Valkuilen ervaringsdeskundigheid

Zes valkuilen bij het nadenken over ervaringsdeskundigheid

Samenwerken met ervaringsdeskundigen heeft de afgelopen decennia een vlucht genomen. Iets wat ik alleen maar kan toejuichen. Na een leuke inhoudelijke verdieping met de werkgroep Ervaringsdeskundigheid van de Werkplaatsen Sociaal Domein dacht ik, ik ga mijn gedachten delen. Het valt me namelijk op dat de referentiekaders van waaruit we over ervaringsdeskundigheid met elkaar spreken, nogal kunnen verschillen. Daarom een blog met zes valkuilen bij het nadenken over ervaringsdeskundigheid.

Valkuil 1) Niet specifiek maken over welke context het gaat

Ervaringsdeskundigheid kan in allerlei verschillende contexten worden benut: denk bijvoorbeeld aan de samenwerking met ervaringsdeskundigen in beleidsvorming, in onderzoek, in de zorg- of hulpverlening, in maatjesprojecten of in onderwijs. In de praktijk wordt vaak los van de context over de kwaliteit en de invulling van ervaringsdeskundigheid gesproken, terwijl elke context weer andere invullingen en randvoorwaarden vraagt.

Valkuil 2) Voorbijgaan aan diversiteit in ervaringsdeskundigheid

Naast een diversiteit aan contexten, bestaat er ook nog een grote diversiteit aan ervaringsdeskundigheid en potenties om deze in te zetten voor het ‘nut van het algemeen’. Ik zou er voor willen pleiten dat de vraag ‘wie ben je, waar liggen je talenten en wat zou je kunnen of willen betekenen?’ weer de startvraag wordt van het inrichten van ervaringsdeskundigheid.

Valkuil 3) Ervaringsdeskundigen in een structuur passen in plaats van structuur aanpassen op ervaringsdeskundigheid

In veel samenwerkingstrajecten met ervaringsdeskundigen wordt een structuur bedacht waarin ervaringsdeskundigen een rol in nemen. Vervolgens worden ervaringsdeskundigen gezocht die bij deze rol en invulling passen. Ik zou een pleidooi willen houden voor het aanpassen van structuren op de (diversiteit aan) ervaringsdeskundigheid die er is. Dat we weer gaan nadenken over hoe we mensen met ervaringsdeskundigheid op verschillende manieren ten gunste van de samenleving kunnen inzetten. Op welke wijze kunnen we bij de ontwikkeling van beleid, onderzoek, onderwijs of zorg een plek bieden aan mensen die daar vanuit ervaringsdeskundigheid een bijdrage aan willen leveren?

Valkuil 4) Over het hoofd zien van het uitsluitingsmechanisme dat gepaard gaat met de geforceerde scheiding tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid

Ik word op veel plekken door professionals én ervaringsdeskundigen erop gewezen dat er een verschil is tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Dit verschil helpt zowel professionals als ervaringsdeskundigen zelf blijkbaar om een onderscheid te maken tussen mensen die wel, en die niet binnen het professionele circuit hun ervaring kunnen benutten. Ik vraag me al geruime tijd af voor wie dit onderscheid nu precies zo belangrijk is, en wat het effect er van is. De toelichting die vaak volgt is dat mensen met ervaringskennis ervaring hebben, maar dat je pas deskundigheid hebt als je die ervaring kan overstijgen. De samenwerking met vele ervaringsdeskundigen met en zonder opleiding op allerlei manieren, heeft er toe geleid dat ik het onderscheid niet zo zinvol vind. Heel veel mensen waar ik mee samenwerk, zitten midden in hun ervaringen, doen elke dag nieuwe ervaringen op, willen dit soms delen, en soms niet. Kunnen soms overstijgen. En soms ook niet. Huilen soms op bijeenkomsten. Zijn deskundige op het ervaren. Waar ik dat niet ben. Ik kan weer een beetje schrijven, een beetje onderzoek doen. Maar dat lukt dan weer niet zonder ervaringsdeskundigen die meedenken en voeden waar de vragen over moeten gaan, koers mee bepalen, mee uitvoeren, kennis verspreiden. In sommige contexten is het onderscheid misschien zinvol, maar in sommige ook niet.

Valkuil 5) Onderzoek willen doen naar de impact/opbrengst van ervaringsdeskundigheid zonder recht te doen aan een fundamenteel ethisch principe dat er aan ten grondslag ligt

Toen ik begon met werken, moesten we op veel plekken nog mensen overtuigen dat het heel waardevol was om samen te werken met ervaringsdeskundigen. Dat het realiseren van betekenisvolle inspraak en participatiemogelijkheden van belang was voor de kwaliteit van interventies, beleid, onderwijs en/of zorg. Tegenwoordig hoeven we niet meer zo vaak te pleiten voor het belang, maar wordt er nog wel de vraag gesteld: wat levert het dan op, kunnen we dat ook onderzoeken? Op zich ben ik daar geen tegenstander van, alleen zou ik daarbij wel willen vertrekken vanuit het fundamentele uitgangspunt dat je als democratische samenleving die samenwerking als waarde in zichzelf belangrijk vindt; dat dat niet meteen tot allerlei uitkomsten hoeft te leiden; maar dat het samenwerken in zichzelf een kernwaarde is die je zo belangrijk vindt, dat we daar met elkaar vorm aan weten te geven.

Valkuil 6) Denken dat elke ervaringsdeskundige een opleiding moet volgen om ervaringsdeskundige te worden

Opleiding en scholing kunnen heel zinvol zijn voor ervaringsdeskundigen. Het kan helpen om de context waarin zij zich begeven beter te begrijpen. De samenwerking makkelijker te maken. Een brugfunctie te vervullen tussen peers en maatschappelijke systemen. Een pleidooi voor het scholen van ervaringsdeskundigen kan echter niet los van de context gevoerd worden en zou eerder moeten gaan over: welke vragen en opleidingsbehoeften heeft een ervaringsdeskundige om zijn of haar rol goed uit te kunnen voeren? In plaats van stellen dat iemand een opleiding nodig heeft om zichzelf ervaringsdeskundige te noemen.

Hoe nu er voor zorgen dat we niet in deze valkuilen stappen? Het is net als bij echte valkuilen: het begint bij bewust zijn van dat er valkuilen in de weg zitten. Dan kun je er naar kijken, er om heen rijden, er grond instoppen of er planken overheen leggen. Er zijn goede ontwikkelingen gaande! Weten dat er valkuilen zijn helpt de kwaliteit van het vervolg van alle gedachtenvorming rondom dit belangrijke onderwerp!

Dr. Kitty Jurrius, lector Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg, Windesheim Flevoland.

Werkplaatsen