Zorg- en hulpverleningsorganisaties moeten een cultuuromslag maken om ervaringsdeskundigheid en herstelondersteuning met succes te kunnen inzetten. Dat kost tijd, vergt inspanning en vereist helderheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden, zonder daarbij de eigenheid van ervaringsdeskundigen uit het oog te verliezen.

Integratie van ervaringsdeskundigheid
 
De inzet van ervaringsdeskundigheid in zorg en hulpverlening is sinds een aantal jaar in opkomst. Steeds meer organisaties committeren zich in hun visie aan de inzet van ervaringskennis en -kunde van (voormalig) cliënten. Hiermee is een nieuw fenomeen ontstaan: de ervaringsdeskundige. Tegelijkertijd is eigenlijk nog weinig bekend over hoe integratie van ervaringsdeskundigheid vorm krijgt in de praktijk, hoe ervaringsdeskundigen in te zetten, wat hun komst betekent voor professionals en hoe organisaties hiervoor kunnen worden toegerust. Wij deden er in Amsterdam onderzoek naar. Hoewel ervaringsdeskundigheid en herstel (ondersteuning) geen nieuwe concepten meer zijn, bestaan er noch in de literatuur noch in de praktijk universele definities, reden om in ons onderzoek ook een begrippenkader te ontwikkelen. Onder een ervaringsdeskundige verstaan we een persoon die op basis van zijn eigen ervaringen met levensontwrichtende situaties en herstelprocessen ruimte maakt voor het herstelproces van anderen.

Vijf uitgangspunten
 
Wat allereerst opviel is de grote, vaak positieve, belangstelling voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. Veel professionals en ervaringsdeskundigen ervaren het als een meerwaarde en zien de komst van ervaringsdeskundigen als een belangrijke vorm van cliëntparticipatie, van cliënten een stem geven of als tegenwicht voor het medische perspectief. Aan aanbod van gemotiveerde en kundige ervaringsdeskundigen is ook geen gebrek. Toch is op de werkvloer het aantal daadwerkelijk werkzame ervaringsdeskundigen vaak bedroevend laag. Waar de visie op herstel en ervaringsdeskundigheid – in ieder geval ogenschijnlijk – breed gedragen wordt, blijkt de praktijk hardnekkig. Op basis van ons onderzoek onderscheiden wij vijf uitgangspunten om deze discrepantie te helpen verminderen.

Lees het volledige artikel op socialevraagstukken.nl.
 
Max Huber, Paulina Sedney en Joep Holten zijn als docenten en onderzoekers verbonden aan het cluster Sociaal werk van de Hogeschool Amsterdam. Samen met andere onderzoekers publiceerden zij recentelijk een onderzoek over de inzet van ervaringsdeskundigheid binnen Amsterdamse zorg- en welzijnsorganisaties, zie www.krachtwerkontour.nl –> ‘Who Knows’. Op basis van dit onderzoek en eerder Wmo-werkplaats onderzoek wordt nu met partners gewerkt aan implementatie.

In de rubriek De sociale praktijk op www.socialevraagstukken.nl worden de hoogtepunten van de Wmo-werkplaatsen uitgelicht. Bekijk het overzicht van de artikelen.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief