‘Sociale cohesie is de bodem onder alles’
Het komt niet vaak voor dat er in één zaal mensen zijn van defensie, welzijn en zorg. Dat was wel aan de hand op 13 november, tijdens het symposium Kom over de brug van de Werkplaatsen Sociaal Domein. Majoor Jeanette de Weert en hoogleraar Mark Levels waren ooit samen op uitzending, nu breken ze samen een lans voor het sociaal werk.
‘Sociale cohesie, dat is de bodem onder alles. De samenhang in de samenleving is nodig, want niemand kan het alleen.’ Als Mark Levels, hoogleraar sociologie aan Maastricht University dit concludeert, staat hij al een minuut of wat samen met Jeanette de Weert, onderzoeker en docent aan de Nederlandse Defensie Academie, op het podium. Als duo keynote-sprekers leggen ze uit hoe we in Nederland weerbaar kunnen worden tegen de verschillende dreigingen die op ons afkomen.
Realistische scenario’s
De Weert laat aan de hand van twee scenario’s zien dat de dreigingen niet alleen realistisch zijn, maar dat we er deels ook al mee te maken hebben. ‘Het eerste scenario noem ik het Artikel 5-scenario. Artikel 5 van de NAVO kennen we: als een van de lidstaten aangevallen wordt, dan gaan we helpen. Een voorbeeld: Bij de Suwalki-corridor bestaat een serieuze Russische dreiging. Die strook land tussen de Russische exclave Kaliningrad en Wit-Rusland is de enige landverbinding tussen de Baltische staten en Polen. Als Rusland daar aanvalt, wordt de NAVO actief, mogelijk inclusief de Nederlandse krijgsmacht.’ Nederland is sowieso een belangrijk doorvoerland voor militair materieel van de NAVO. Dit betekent dat onze belangrijke havens, vliegvelden en de spoorwegen zwaar belast worden voor deze militaire logistieke inspanning. Deze locaties worden daardoor ook militaire doelwitten voor Rusland.
Probleem van iedereen
Het tweede scenario, of beter gezegd de reeds aanwezige realiteit die De Weert schetst, is die van de hybride oorlog: ‘Ambulances die verdwalen door Russische sabotage van GPS-signalen, de drones die overal in Europa opduiken, cyberaanvallen, maar ook ecologische dreigingen en pandemieën.’ Dit is een lastig scenario, want hierdoor ontstaat er een grijs gebied tussen een situatie van vrede en een situatie van oorlog, legt ze uit. ‘Dat maakt het voor Defensie minder duidelijk wat we wel en niet mogen en moeten doen. Het is bovendien vaak onduidelijk wie waar achter zit.’ Maar wie er ook achter zit, het beoogde doel is altijd om de samenleving te ontregelen en wantrouwen jegens de instituties te zaaien. ‘Dit maakt het gelijk een probleem van iedereen en niet alleen van Defensie.’
Directe interventies
De Weert en Levels onderstrepen allebei dat we als Nederland onvoldoende voorbereid zijn. Naast de zaken die we individueel kunnen regelen zoals een noodpakket met knijpkat, water en blikvoer is er ook werk aan de winkel op het vlak van de mentale weerbaarheid en het versterken van gemeenschappen. Levels: ‘We deden een literatuurstudie naar bewezen effectieve interventies die de samenleving weerbaar maken. Daarbij komen we uit op vier voorwaarden.’ Bovenaan dat lijstje staat sociale cohesie, gevolgd door mediawijsheid, psychologische weerbaarheid en parate huishoudens. ‘Met name mediawijsheid en psychologische weerbaarheid kunnen prima via het onderwijs versterkt worden, zagen we in de studies. Maar hoe zorg je dat gemeenschappen sterker worden? Daarvoor blijken onder andere directe interventies in gemeenschappen nodig, om begrip en vertrouwen tussen mensen met verschillende achtergronden en belangen te bevorderen.’
Alomvattend veiligheidsconcept
De Weert en Levels verwijzen naar Finland als goed voorbeeld van een weerbare samenleving. De lange grens met Rusland zorgt voor een groot besef van de noodzaak om paraat te zijn. Dat organiseren ze daar met een alomvattend veiligheidsconcept, gedragen door de autoriteiten, het bedrijfsleven, organisaties én burgers. De Weert noemt een aantal belangrijke elementen: ‘Het gaat over allerlei mogelijke dreigingen, waaronder ook die door klimaatveranderingen; het is geïmplementeerd onder normale omstandigheden, zodat ze niet van alles hoeven te bedenken in tijden van crisis en het is gericht op zeven vitale functies van de samenleving, waarbij de mensen in het midden staan. Het sociaal domein heeft een belangrijke rol in dit veiligheidsconcept en ze hebben oog voor kwetsbare groepen.’ Levels rondt het keynote-verhaal af met een pleidooi voor een lange-termijnplan à la Finland, met een krachtige culturele en institutionele inbedding.
Defensiebudget voor community building
Aan het panelgesprek onder leiding van de scherpe dagvoorzitter Geert Maarse, doen een aantal specialisten op het vlak van het versterken van gemeenschappen mee. Neem Sander Heinsman van woningcorporatie Portaal: ‘Wij lossen ook sociale vraagstukken op. In de wijken waar de hardste klappen vallen van de energiearmoede en de extramuralisering van de zorg, investeren wij ongelijk om gelijke kansen te creëren. Dat is niet per se onze opdracht als corporatie, maar bittere noodzaak. We investeren in community builders, maar daarbij hebben we steeds te maken met kortlopende financiering van de gemeente. Zet daar een percentage van de vijf miljard van het defensiebudget voor in.’ Qua opzet valt daarbij te denken aan langjarige programma’s zoals die voor het aardbevingsgebied in Groningen en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Een deelnemer in de zaal merkt op dat tijdelijke gelden niet per se negatief zijn: succesvolle pilots kunnen bijdragen aan de argumentatie voor structurele financiering van de aanpak in kwestie.
Andere levenswijze
Erik Jansen, lector sociale duurzame praktijken van de hogeschool Arnhem en Nijmegen, trekt de discussie breder: ‘Het zou niet alleen over verdediging tegen dreigingen moeten gaan: een verandering van onze levenswijze is nodig. Want die veroorzaakt mede de spanningen overal in de wereld. We moeten werken aan een sterke ecosociale samenleving met een duurzame relatie tussen mensen, dieren en hulpbronnen uit de natuur.’ Fer Nieuweboer van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gooit het over een minder brede boeg. Hij vraagt aandacht voor de bruggen die er nodig zijn tussen arbeidsmarktpartijen en de ggz. ‘Als mensen werken, zijn ze ingebed in het sociale systeem. Voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is het dus extra belangrijk dat ze aan het werk komen. Werk werkt als medicijn.’ Anneke Augustinus van Vilans verwijst naar het medicijn van de burenhulp, het spreekwoordelijke pannetje soep. Ze ziet een zorgelijke verschuiving: ‘Van het zelf wíllen naar het móeten. Het wordt steeds meer opgelegd door de instituties. Hoe hou je gemeenschappen dan toekomstbestendig?’
Kijk wat je bindt
In het afsluitende gesprek met de zaal legt Geert Maarse de vraag voor in hoeverre mensen vandaag over de brug gekomen zijn. Erna Hooghiemstra van Hogeschool Rotterdam benadrukt op deze dag met defensie als thema: ‘Laten we het niet hebben over ‘vijanden’. Ga de brug over en kijk wat je bindt, zie de meerwaarde van wat je samen doet. Wat vandaag heel mooi was, was dat andere domeinen de waarde van het sociaal domein laten zien en verwoorden. Wij zetten onszelf nooit zo op de voorgrond. Maar weet ons te vinden, want er valt veel van ons te leren.’ Zij maakt hiermee de cirkel rondt met wat Krijn van Beek, de voorzitter van de associaties van de Werkplaatsen Sociaal Domein aan het begin had gezegd: ‘De verwachtingen van het sociaal domein zijn niet te hoog. Die mogen zelfs nog wel omhoog, maar dan ook de middelen. Want de potentie van het sociaal werk is enorm en het rendement ook.’
Minister Jan Anthonie Bruijn: 'Gezelligheid geneest'
In zijn slotwoord van het symposium legt minister van VWS Jan Anthonie Bruijn een link tussen de kat die zich, sinds hij als huisdier wordt gehouden, geacht wordt te gedragen als een sociaal wezen. ‘Wij mensen zijn bezig in een paar decennia een omgekeerde beweging te maken. Van leven in een groep naar solo.’ Hij prijst het sociaal werk dat die beweging tegengaat en juist de gemeenschap versterkt: ‘U bent alle dagen op verschillende niveaus bezig met verbindingen te leggen tussen mensen, met ze uit hun isolement te halen en houden. Kortom, met mensen een sociaal leven te geven. (…) Ik zal mijn opvolger bij VWS daar dan ook zeker op wijzen. De sociale structuur waar u zich voor inzet, past heel goed bij de gedachte achter het zogenoemde het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord.’ Hij noemt verder de structurele middelen voor het programma Eén tegen eenzaamheid, de subsidie voor de Werkplaatsen Sociaal Domein en die voor een wetenschappelijke kennisbasis voor het sociaal werk. ‘Dat is in mijn ogen een logische stap als je dit werk op waarde schat.’ De minister benadrukt bovendien dat er niet alleen sociale maar ook een medische noodzaak is om gemeenschappen te versterken: ‘Gezelligheid geneest.’
Lees de hele speech van minister Jan Anthonie Bruijn

Reacties over het symposium
‘Heel mooi dat de hardcore medicus die minister Bruijn van huis uit ook is, over de brug komt en zegt dat het sociaal domein cruciaal is. Voor mij bewees deze dag verder dat er net buiten het gebruikelijke veel aanknopingspunten te vinden om gemeenschappen te versterken. In de buurt over zonnepanelen kletsen kan daarbij helpen. Of lekker samen ‘preppen’.
Krijn van Beek, voorzitter van de associaties van de Werkplaatsen Sociaal Domein
‘De vraag hoe we een rimpelloze synergie krijgen tussen zorg en sociaal, roept weerstand op bij mij. Zorg zou niet het vertrekpunt moeten zijn. Dankzij het sociaal werk is zorg vaak helemaal niet nodig. Zoals bij Mo, een teruggetrokken 17-jarige jongen die zich uitgenodigd voelde om met een jongerenwerker en een paar andere jongens een voetbalevent te organiseren. Als sociaal werk moeten we beter laten zien hoe ons agogisch vakmanschap er echt toe doet.’
Monique Kuik, bestuurder DOCK, nam deel aan de ontwerpsessie over samenwerking tussen medisch en sociaal domein
‘Tijdens de workshop ging het ook over bijvangst van projecten. Een docent vertelde over een essayopdracht waaraan een bezoek aan een asielzoekerscentrum was gekoppeld. Naderhand waren enkele studenten zo onder de indruk dat ze vrijwilligerswerk zijn gaan doen. Dat vond ik een heel mooi voorbeeld.’
Jennifer Stegehuis, adviseur bij Forseti, nam deel aan de workshop over impact
‘De lezing over hoe we als samenleving weerbaarder moeten worden, deed me denken aan de ladder van sociale cohesie. Die zegt dat krachtige gemeenschappen met kleine dingen beginnen: met publieke familiariteit. Ga maar eens gewoon op een bankje zitten en groet voorbijgangers.’
Sigrid Kapsenberg, manager gebiedsteam bij Woonplus Schiedam
Tekst: Tea Keijl
Beeld: Mariët Sieffers