Ouderen zetten hun ervaringskennis in bij opleiding verpleegkunde
Door hun levenservaring vormen ouderen een waardevolle kennisbron. Vanuit die overtuiging onderzocht de Werkplaats Sociaal Domein Zwolle hoe de samenwerking tussen ouderen en professionals optimaal kan verlopen. Twee oudere gastdocent-onderzoekers en de onderzoeker vertellen, twee experts van Movisie praten mee.
‘Ik zet me in als co-onderzoeker en gastdocent aan de hogeschool Viaa, bij de opleiding verpleegkunde’, vertelt Chris te Riele. In de lessen komen thema’s aan de orde die te maken hebben met gezond ouder worden, zoals sociale contacten, beweging en voeding. Als een van de mooie dingen aan het contact met de studenten noemt Te Riele de wederkerigheid. ‘Ik ben opgegroeid in een tijd met sobere voeding. Nu is tachtig procent van wat er in de supermarkt wordt verkocht ongezond. Daar hebben we mooie gesprekken over en daardoor begrijp ik nu beter hoe moeilijk het voor jongeren is om gezonde keuzes te maken.’
Rijke kennisbron
Met haar 76 jaar aan levenservaring en ruim 40 jaar werkervaring kan Te Riele met recht een rijke kennisbron genoemd worden. Datzelfde geldt voor haar leeftijdgenoot en collega Jacqueline van Alphen. ‘Wij hebben niet alleen langer geleefd, we hebben ook meer gezien en gevoeld’, vertelt zij. ‘We hebben meer te maken gehad met thema’s als verlies en rouw. Ik merk dat ik steeds makkelijker overal over kan praten, tot seksualiteit aan toe. Dat komt denk ik doordat ik steeds minder te verliezen heb. Vroeger paste ik altijd erg op wat ik wel en niet tegen bepaalde mensen zei. Nu hoef ik bijvoorbeeld geen rekening meer te houden met machtsverhoudingen.’
Betrokken studenten
Onderzoeker Hanna Klop bevestigt de opmerking over het vrij durven praten. ‘We hebben het onderwerp intimiteit bij ouderen zelfs op aangeven van de ouderen met wie we samenwerken opgenomen in het lesprogramma.’ Klop evalueert de lessen die de gastdocent-onderzoekers geven aan studenten die straks als professional ook met ouderen gaan werken. Ze ziet dat het leerklimaat verandert dankzij haar oudere collega’s: ‘De studenten evalueren deze lessen positiever.’ Te Riele herkent dat: ‘Ze reageren heel sterk op onze inbreng en de betrokkenheid wordt echt groter.’
Toegankelijkheid
Senior ervaringsdeskundige Ivonne Berkers van Movisie brengt het gesprek op het onderzoek van Klop en de co-onderzoekers, over hoe de samenwerking tussen professionals en ouderen zo goed mogelijk kan verlopen. Zijn er dingen waar specifiek voor deze groep rekening mee gehouden moet worden? Uit het onderzoek komen inderdaad wel wat zaken bovendrijven, vertelt Klop. Deze factoren zijn onder te verdelen in twee categorieën: fysieke toegankelijkheid en sociale toegankelijkheid.
Geprinte stukken
Klop somt van beide categorieën wat voorbeelden op: ‘Een goede rolstoeltoegankelijkheid, een taxi of ophaalmogelijkheid bij evenementen, en bijvoorbeeld een microfoon – ook bij kleine gezelschappen. Verder zijn toegankelijk taalgebruik en geprinte stukken fijn, net als korte bijeenkomsten met optionele programmaonderdelen en reminders voorafgaand aan bijeenkomsten, lessen of vergaderingen.’
Kennisbronnen naast elkaar
Dit zijn factoren die misschien specifiek voor ouderen lijken te gelden, maar ze zijn ook belangrijk in de samenwerking met andere mensen met ervaringskennis, analyseert Karin Sok van Movisie, die al jaren actief is op het thema ervaringskennis en -deskundigheid. ‘Rekening houden met beperkingen in bijvoorbeeld mobiliteit en concentratie is altijd belangrijk in de samenwerking met mensen met ervaringskennis.’ Ze voegt er nog een andere belangrijke factor aan toe die altijd nodig is in de samenwerking mensen met ervaringskennis: ‘Gelijkwaardigheid. Ervaringskennis staat als bron naast de wetenschappelijke en de praktijkkennis. Alle drie de kennisbronnen zijn nodig om maatschappelijke vraagstukken goed aan te kunnen pakken.’
De grijze muis
De gelijkwaardigheid is erg belangrijk, beamen Te Riele en Van Alphen. En wat dat betreft valt er nog wel wat te winnen, zegt Van Alpen. ‘Wij weten hoe er naar ons gekeken wordt.’ Te Riele kopt deze voorzet over de beeldvorming over ouderen keihard in: ‘Als ik op de fiets door de stad rij, krijg ik wel eens scheldwoorden als grijze muis naar mijn hoofd geslingerd.’ Zo extreem maken ze het niet mee in de samenwerking met professionals, maar het beeld dat ouderen vanwege hun leeftijd geen gelijkwaardige collega en kennisbron zouden kunnen zijn, bestaat zeker. Van Alphen: ‘Voordat je goed kunt samenwerken, moet daar vaak wel wat geslecht worden.’ De beide gastdocent-onderzoekers benadrukken dat ze bij de Viaa ervaren dat hun ervaringskennis zonder meer op waarde geschat wordt.
Directe impact
Door de setting waarin de gastdocent-onderzoekers werken, direct met studenten, kunnen ze volgens Klop veel impact hebben om de beeldvorming te verbeteren. Dat blijkt inderdaad een van de redenen voor Te Riele om dit werk te doen en het vol te houden: ‘Dat ik op mijn leeftijd dingen in kan brengen en impact kan maken, dat motiveert enorm.’ Hetzelfde geldt voor Van Alpen, en zij noemt ook nog een andere drijfveer: ‘Ik wil blijven leren, die behoefte blijven we nu eenmaal houden, ook als we ouder worden.’
Andere motivatie
Sok hoort in wat de beide co-onderzoekers over hun motivatie vertellen wél verschillen in vergelijking met andere groepen mensen die hun ervaringskennis inzetten: ‘Jullie hebben het over het willen blijven leren en ontwikkelen en over mooie gesprekken met de studenten. Bij andere groepen mensen die hun ervaringskennis inzetten gebeurt dat vaak vanuit de urgentie die zij voelen om te voorkomen dat anderen hetzelfde meemaken als zij, dat ze vast komen te zitten in het systeem bijvoorbeeld. Zij willen zichzelf ook zeker ontwikkelen, maar dat is vaak niet hun eerste drijfveer.’
Observeren en reflecteren
Berkers vraagt zich af wat de oudere gastdocent-onderzoekers eigenlijk ervaringsdeskundig maakt. Is dat puur hun leeftijd, of komt daar ook nog wat anders bij? ‘Ik noem mezelf niet per se ervaringsdeskundig’, zegt Van Alphen. ‘We hebben ervaringskennis, dat wel. Onze achtergrond qua opleiding en werkervaring zorgt ervoor dat we kunnen observeren en reflecteren op wat we meemaken.’ Dat brengt het gesprek op de representativiteit van de groep ouderen waarmee Klop samenwerkt. Naast Te Riele en Van Alphen zijn dat nog drie mannen en zes andere vrouwen, de meesten tussen de 70 en 80 jaar. Sommigen hebben gestudeerd, anderen niet. ‘Maar het is wel een select groepje’, merkt Van Alpen op. Deze mensen zijn in staat en vinden het leuk om over hun ervaringen te vertellen. Maar dat geldt lang niet voor alle ouderen. ‘Grote groepen mensen denken dat ze dat niet kunnen, of ze vragen zich af wat hun ervaringen ertoe doen. Dit gaat over zelfrespect en zelfwaardering.’
Werven met een opbouwwerker
Klop vult daarop aan dat ze om die reden speciale werkgroepen hebben georganiseerd, om dat te bespreken: ‘Hoe kun je zekerder voor een groep staan. Sommige gastdocenten hebben wat dat betreft een grote ontwikkeling doorgemaakt.’ Maar het is een feit dat de diversiteit van de groep ouderen nog groter zou kunnen. De ervaring van Klop is dat persoonlijke werving daarbij het beste werkt. ‘Informeel en met behulp van sleutelfiguren. Ik zie Jacqueline geregeld langs fietsen bij de opleiding. Ze woont hier in de buurt en ik weet dat ze dan weer flyers in de fietstas heeft die ze uitdeelt. Ze is laatst met een opbouwwerker naar een wijk geweest waar relatief veel ouderen met een migratieachtergrond wonen. Die zouden we graag meer betrekken bij ons werk. Hetzelfde geldt voor mensen met dementie.’
Nuance
Tot slot brengt Klop een nuance aan bij de stelling dat de huidige groep een select gezelschap zou zijn. ‘Dat zeiden de studenten ook: deze ouderen zijn nog heel fit. Maar de studenten zien de meest energieke versie als ze voor de klas staan. Terwijl ze misschien niet zichtbare beperkingen hebben, veel verliezen hebben ervaren, of heel moe thuiskomen. Dat zie je tijdens de les niet.’ Sommige ouderen hebben ook grote verantwoordelijkheden als mantelzorger, waardoor ze niet een hele middag bij een bijeenkomst kunnen zijn, voegt ze er nog aan toe. ‘Kijk verder dan wat je op het eerste gezicht ziet. Leer vragen stellen waardoor je iemands kracht én kwetsbaarheid ontdekt. Dat vind ik erg belangrijk om aan de studenten over te brengen.’
Tekst: Tea Keijl
Beeld: Christein van Hoffen
Lees ook dit artikel: OuderWijs: samen leren, samen leven in het digitale magazine 'Waardevolle verhalen uit de ouderenprojecten' van de Werkplaatsen Sociaal Domein