De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ligt bij de gemeente. Deze heeft veel vrijheid om het beleid naar eigen inzicht in te richten. Wél moet zij uitvoering geven aan de door het Rijk vastgestelde doelen. De maatschappelijke doelen die zijn gericht op meer zelfredzaamheid en participatie van (kwetsbare) burgers en de bestuurlijke doelen, die onder andere zijn gericht op een betere afstemming en samenhang in de beleidsvorming en de uitvoering van het beleid. Daarbij nodigt de Wmo gemeenten nadrukkelijk uit burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het beleid te betrekken. Dit vergt een vorm van sturing die burgers en instellingen actief betrekt bij de beleidsvorming en de beleidsuitvoering.

Vier Wmo-werkplaatsen – Groningen-Drenthe, Nijmegen, Twente en Utrecht – deden de afgelopen jaren onderzoek naar de wijze waarop gemeenten projecten op het terrein van de Wmo aansturen. Daarbij ging het om zaken als de manier waarop gemeenten sturen (van bovenaf of meer ruimte voor burgers en instellingen), samenhang en samenwerking en natuurlijk de vraag of het lukt om te sturen volgens de filosofie van de Wmo.

'Sturing in de Wmo-praktijk' een neerslag van de vier onderzoeken van de genoemde werkplaatsen.  Download of bestel de nieuwste uitgave van de Wmo-werkplaatsen.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief