2 november 2015

Maak van variëteit uw kracht. Dat raadt Kim Putters de Wmo-werkplaatsen aan tijdens zijn presentatie De Staat van de Wmo-werkplaats op de conferentie ‘Transformeren doe je met elkaar’ op 16 oktober 2015.

Zes groepen in de samenleving

De directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vertelt dat in het Sociaal en Cultureel Rapport uit 2014 zes groepen in de samenleving worden onderscheiden: gevestigde bovenlaag, jongere kansrijken, werkende middengroep, comfortabel gepensioneerden, onzekere werkenden en achterblijvers. Het overheidsbeleid richt zich volgens Putters vooral op deze laatste twee groepen die samen circa 29 procent van de bevolking uitmaken. ‘Bij hen neemt de stapeling van problemen toe.’

Dichtbij de praktijk

Putters noemt als het sterke punt van de Wmo-werkplaatsen in het kennislandschap van het sociaal domein dat zij heel dichtbij de praktijk staan. ‘Ik denk dat de Wmo-werkplaatsen het meest praktijkgericht zijn. Jullie doel is echt in de praktijk kijken naar effectieve handelwijzen, deze vertalen en toepassen op het werk van professionals. Hoe kunnen andere kennisinstellingen zoals het SCP daarvan gebruik maken? De uitdaging is om kennis te laten stromen.’

Dilemma’s

Putters schetst een aantal dilemma’s voor de Wmo-werkplaats. Zoals de overdreven focus op effectiviteit van beleid. ‘De overheid wil vooraf een bewezen effect zien, maar dat is erg lastig in de sociale context. Beweeg daarom niet te snel mee met de vraag naar effectiviteit. Maak wel correlaties zichtbaar.’ Putters benadrukt het belang van de autonomie van de Wmo-werkplaats. ‘Jullie zijn beter in staat om relevante kennisbronnen aan te boren en in te brengen dan ambtenaren en professionals. Dialoog is het sleutelwoord.’

Vier uitdagingen

Volgens Putters zijn er vier uitdagingen voor de Wmo-werkplaats. Allereerst de kwaliteit van zorg versus kwaliteit van leven. ‘Wat is collectief, wat individueel? De samenleving verwacht veel van beleidsmakers en professionals. Je kunt echter niet alles op hun bordje leggen. Maak dit als Wmo-werkplaats goed zichtbaar in kennis.’ Een andere uitdaging is praktijkvariatie versus uniformerende regels. ‘Uniforme regels van bovenaf kunnen in de praktijk tot ongewenste situaties leiden. Zoek varieteit en maak hiervan uw kracht.’ Putters wijst er ook op dat veel beleid in de uitvoering vastloopt. ‘De Wmo-werkplaats kan zorgen voor een betere verbinding van kennis en beleid en de ervaringen van burgers inbrengen.’ Tot slot noemt Putters als vierde uitdaging: ‘Zit u in de werkplaats aan het stuur of wordt u gestuurd? Mijn wens is dat u meer kunt sturen.’

Lees de volledige toespraak van Kim Putters.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief