Integrale wijkteams schieten als paddenstoelen uit de grond. Gemeentebestuurders en beleidsambtenaren hebben er hoge verwachtingen van. Maar voor men overgaat tot de vorming van zulke teams moet er over enkele keuzes goed worden nagedacht. Die zijn namelijk bepalend voor de samenstelling en het functioneren van de wijkteams.

Drie vragen

De ontwikkeling richting meer integraal gebiedsgericht werken met wijkteams zit nog volop in de experimentele fase. De Wmo-werkplaats van Hogeschool Utrecht deed onderzoek naar de ontwikkeling van integrale wijkteams in de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Wijk bij Duurstede, Zeist en Nieuwegein. Hieruit kwam naar voren dat bij de samenstelling van zo’n team volgens ons een drietal vragen in samenhang met elkaar aan de orde zijn:
 
1. Hoe breed? Welke gebieden van zorg- en dienstverlening bestrijkt het team? Gaat het om het hele domein van zorg en sociale vragen en alle leeftijdsgroepen en/of doelgroepen of vindt er een toespitsing plaats? We constateren momenteel binnen de teams een grote nadruk op individuele ondersteuning met betrekking tot de wat complexere vragen. De innovatie op het terrein van collectieve arrangementen – denk aan de ondersteuning van burgerinitiatieven en de ontwikkeling van laagdrempelige wijkvoorzieningen op het terrein van cultuur of ontmoeting – moet vaak nog gestalte krijgen.
 
2. Hoe ver gaan zorg en ondersteuning? Is het team de plaats waar bepaalde zaken worden gesignaleerd en opgelost, of zit er rondom het team een schil van specialisten waarnaar doorverwezen wordt? En als er specialismen in het team nodig zijn, welke zijn dat dan? Is er zowel specialistische kennis over bepaalde zorg- en sociale problematiek nodig als kennis over wijkontwikkeling en samenlevingsopbouw?
 
3. Hoe geïntegreerd? Van organisaties wordt gevraagd om medewerkers niet langer vanuit hun eigen categoriale instelling te laten werken, maar hen – al dan niet gedetacheerd – in deze lokale teams onder te brengen. Afhankelijk van de mate van samenwerking en mandatering vraagt dit om nieuwe werkwijzen en vormen van samenwerking.
 
Op basis van de beantwoording van deze vragen kunnen keuzes gemaakt worden over de samenstelling van het wijkteam en over de vereiste kwaliteiten van de professionals. Het lijkt ons van belang om eerst de functies (en daarmee de breedte en diepte) vast te stellen, en op basis daarvan de samenstelling.

Lees het volledige artikel op socialevraagstukken.nl.

Vincent de Waal, Inge Scheijmans en Joep Binkhorst zijn onderzoeker bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Onderzoek naar nieuwe vormen van integraal lokaal werken maakt deel uit van het programma van de Wmo-werkplaats Utrecht. Jean Pierre Wilken is lector Participatie, Zorg en Ondersteuning, en programmaleider van de Wmo-werkplaats.

In de rubriek De sociale praktijk op www.socialevraagstukken.nl worden de hoogtepunten van de Wmo-werkplaatsen uitgelicht. Bekijk het overzicht van de artikelen.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief