14 december 2015

De focus van de Wmo-werkplaatsen ligt op kennisvragen uit de lokale praktijk, die betreffen steeds meer sociaal domein-brede vraagstukken. Lectoren die verantwoordelijk zijn voor de Wmo-werkplaatsen krijgen vanaf 2016 daarom versterking van een of meer ambtelijk vertegenwoordigers. Deze worden 'medetrekker'. Het lectoraat van de hogeschool heeft het voortouw.

Rol gemeente

Elke werkplaats heeft in 2016 ten minste drie gemeenten die deelnemen aan  de werkplaats, waaronder tenminste één met voldoende substantie in het gemeentelijke veld. Deze gemeenten wijzen in overleg met de lector en de hogeschool een ambtelijk vertegenwoordiger als medetrekker aan. De hogeschool is penvoerder  van de werkplaats en dient samen met de medetrekker een subsidieverzoek bij het ministerie van VWS in.

Meer informatie

Lees dit bericht ook op de website van de VNG en download de Kamerbrief aan de lectoren van de Wmo-werkplaatsen. Alle lectoren hebben inmiddels contacten gelegd met gemeenten in hun omgeving.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief