Dementieprofessor Huijsman: ‘We zitten in een verwarrende fase’
De WOTO, de Werkplaats Ondersteuning Thuiswonende Ouderen heeft de afgelopen jaren veel bereikt in de Zuid-Limburgse gemeenten Meerssen en Beek. Dat werd op 4 december gevierd tijdens een symposium met dementieprofessor Robbert Huijsman. ‘De WOTO moet blijven bestaan, in meer dorpen en met meer wethouders die het ondersteunen.’
Het samenwerkingsverband dat de WOTO vormt, bestaat uit vele partners, vertelt Jerôme van Dongen. Hij is projectleider van de werkplaats en lector aan Zuyd Hogeschool. Naast de gemeenten Meerssen en Beek en zijn eigen hogeschool zijn dat onder andere professionals van de MIK & PIW groep, Knooppunt Informele Zorg (welzijn), het Vista College (mbo), Envida (ouderenzorg), ouderen en mantelzorgers, KBO/Seniorenvereniging Beek en de AdviesRaad Sociaal domein Beek. ‘We begonnen in 2018 in Meerssen met een aantal afstudeerprojecten’, blikt hij terug, ‘en dat resulteerde in 2021 in het Wijkleercentrum, waar de driehoek praktijk, onderzoek en onderwijs samenwerkt aan betere ondersteuning van thuiswonende ouderen.’
Lange reeks
In 2023 kwam er een driejarige subsidie van de landelijke overheid bij en ontstond de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd en werd de WOTO onderdeel van het landelijke ouderenprogramma van de Associatie van Werkplaatsen Sociaal Domein. Een jaar later sloot de gemeente Beek aan. Van Dongen somt een lange reeks van activiteiten op, die van betekenis zijn voor onderwijs, onderzoek én praktijk. Zoals in Beek, waar Zuyd-studenten aan de hand van kunstobjecten waardevolle gesprekken voerden met ouderen. Of dat twintig studenten van het Vistacollege elke woensdagmiddag samen optrekken met een oudere in hun wijk. ‘We hebben een module ontwikkeld voor professionals om de interprofessionele samenwerking te versterken, en we hebben teams van Buurtzorg getraind op het thema zelfredzaamheid. Bijzonder succesvol waren ook de geheugentraining en de theatervoorstelling die werden georganiseerd.’ Nu de landelijke subsidie ophoudt, eindigt niet het werk van de WOTO, verzekert Van Dongen: ‘We gaan nieuwe jaarplannen maken waarin de belangrijkste elementen een plek krijgen.’
Waardegedreven ontdekkingsreis
Keynote-spreker Robbert Huijsman, hoogleraar Innovatie & Implementatie in de Dementiezorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, neemt de deelnemers vervolgens mee in een achtbaanritje. In het begin gaat het omhoog, met Huijsmans pleidooi dat de WOTO vooral moet blijven bestaan. ‘Wat mij betreft staan de letters van jullie werkplaats voor Waardegedreven Ontdekkingsreis naar Trotsmakende Oplossingen. Dat mag niet stoppen. Meer wethouders moeten het in meer dorpen faciliteren en ondersteunen.’
Schrikbarend kostenplaatje
Het gaat vervolgens omlaag in de achtbaan via het schrikbarende kostenplaatje van dementie dat Huijsman momenteel in kaart brengt. Er wordt nog volop gerekend, maar dit staat al wel vast: ‘Het kost de werkgevers aan verzuimkosten jaarlijks 3,75 miljard euro. Tel daarbij de waarde van het werk van de mantelzorgers op: zij staan gemiddeld 12 uur per week klaar en rijden daarvoor 37 kilometer. Al met al kom je al snel op 15 miljard aan directe kosten en een factor 3 à 5 daarvan als je de indirecte kosten ook meerekent.’ Dan de zorgwekkende feiten van de bevolkingspiramide. Dat de dubbele vergrijzing gaande is, is genoegzaam bekend. Maar Huijsman benoemt daarnaast: ‘Er zijn straks ook minder mantelzorgers beschikbaar. Nu zijn er voor elke alleroudste Nederlander achttien potentiële mantelzorgers, dat zakt terug naar vijf. En dat we aan het ontgroenen zijn, zien we op dit moment al terug in het dalende aantal aanmeldingen voor de opleiding verpleegkunde.’
Hoopvolle kant
Aan de hand van Het Rimpeleffect van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS), dat een samenlevingsbrede en samenlevingsgerichte benadering van veroudering bepleit, trekt Huijsman de toehoorders weer mee naar de hoopvolle kant. Hij doet dat aan de hand van toonaangevend onderzoek naar de risicofactoren van dementie: ‘Naast een lage opleiding zijn dat bijvoorbeeld een slecht gehoor, een hoog cholesterolgehalte en fysiek inactief zijn. Dus als we allemaal eens in de vijf jaar ons gehoor laten testen en we nemen op tijd een gehoorapparaat, dan remt dat de dementie.’ Met name op latere leeftijd is sociale isolatie een belangrijke risicofactor, legt Huijsman verder uit. Hij prijst de vele initiatieven om gemeenschappen te bouwen en versterken, binnen en buiten de WOTO: ‘We doen als inwoners al heel veel zelf in Nederland. Er zijn momenteel zo’n 2200 initiatieven als buurtcoöperaties, voorzorgcirkels et cetera.’
Luchtvervuiling
Naast de risicofactoren die we individueel en als gemeenschap kunnen beïnvloeden, noemt Huijsman ook maatschappelijke factoren: ‘Luchtvervuiling is een belangrijke, denk aan de Rotterdamse haven en Tata Steel. Het vraagt om overheidsbeleid dat een ecosysteem bouwt. Daarbij moeten ze niet alleen aan de mensen denken. Behalve het sociaal domein gaat het ook om woonmogelijkheden en de fysieke inrichting van de openbare ruimte. Waar plaats je een bushalte zodat die ontmoeting stimuleert? Hoe breng je onveiligheidsgevoelens omlaag, bijvoorbeeld met rustige fietspaden in plaats van dertig-kilometer-per uur-racebanen?’
De liminale fase
Dat een dergelijke samenlevingsbrede benadering nog onvoldoende van de grond komt, wijt Huijsman onder andere aan de ‘liminale’ fase waarin we zitten: ‘We weten waar we vandaan komen en we weten dat we achter de volgende drempel willen uitkomen. Alles daartussen is heel verwarrend.’ Aan de hand van wat de antropologe Jitske Kramer hierover zegt, neemt Huijsman tot slot een spannende bocht: ‘In de liminale fase gaat het volgens Kramer om verbeelding, moed, verbinding en creatie, en ook om rituelen om het oude los te laten en het nieuwe te verwelkomen. Zij kijkt naar tribale samenlevingen en ziet daar hoe belangrijk de rol van de sjamaan (het stamhoofd, TK) is: de leider in de zoekfase. Die verenigt de coach die ons aan de hand neemt, maar ook de kunstenaar die klank geeft aan waar wij nog geen woorden voor hebben én de krachtige leider die dit vertaalt naar de realiteit.’
Voorbeeld Meerssen: dementievriendelijkheid
Een van de vijf workshops tijdens het symposium ging over dementievriendelijkheid. Bijzonder aangrijpend was het verhaal van Daan Schatteman, die al ruim acht jaar mantelzorger is voor zijn vrouw Iele. ‘Ze heeft de afschuwelijke ziekte Alzheimer. Een mogelijke opname viel niet langer weg te duwen en sinds deze zomer is ze opgenomen op een gesloten afdeling. In mijn eentje thuis voel ik me een weduwnaar. Het is een levend verlies dat elke dag een ander gezicht heeft. Rouwdeskundige Manu Keirse beschrijft het verdriet als een vingerafdruk: voor iedereen herkenbaar, maar geen twee vingerafdrukken zijn gelijk.’
Na Schattemans verhaal bleef het twintig gedragen seconden stil. Vervolgens deelden de deelnemers hun ervaringen met dementie en hun ideeën over dementievriendelijkheid. Dagvoorzitter Hans Alderliesten concludeerde aan het eind van de dag, vooral in reactie op deze workshop: ‘Er is voldoende ruimte nodig voor het tragische van dementie. Want de tragiek, die is er nu eenmaal.’
Zie ook Digitale publicaties | Movisie | Dementievriendelijke gemeente
Voorbeeld Beek: betekenisvolle ontmoetingen
Een van de vijf workshops tijdens het symposium ging over het thema van Marlou Driessen, om ontmoetingen en ontmoetingsplekken (nog) beter aan te laten sluiten bij de behoefte van de inwoners van Spaubeek/Beek. Aan de kwantiteit van het aanbod ligt het niet. Maar is het wel wat de inwoners wensen? En op welke manier nemen zij eigenlijk de informatie over activiteiten tot zich? Kan een persoonlijke sociale kaart hierbij behulpzaam zijn? Deze vragen werkt Driessen samen met een aantal partners uit, waaronder een groep studenten van Zuyd en Universiteit Maastricht. Dat leidde onder andere tot het instellen van een succesvolle soepclub, want: ‘Samen eten verbindt.’ Tijdens de workshop daagt Driessen de deelnemers uit om vanuit hun eigen ervaringen en behoeften mee te denken. Old skool mogelijkheden zoals het prikbord in de supermarkt worden kansrijk geacht om mensen te bereiken. De supermarkt is überhaupt een belangrijke ontmoetingsplek: ‘Als die wegvalt, vallen terloopse ontmoetingen weg. Terwijl mensen zich daar vaak uitgenodigd voelen om het leven te delen, te huilen en te lachen.’ Een oproep kortom om ontmoetingen zo informeel mogelijk te stimuleren. ‘Meedoen aan deze workshop is ook een waardevolle ontmoeting’, concludeerde een van de deelnemers.
Tekst: Tea Keijl