20 maart 2019

De komende periode gaat Erna Hooghiemstra, voorzitter van de Werkplaatsen Sociaal Domein, op visite bij de 14 Werkplaatsen. In elke Werkplaats wordt hard gewerkt met partners in de regio om professionals te ondersteunen bij het in de praktijk brengen van de transformatie. De overeenkomsten hebben de Werkplaatsen in een position paper vastgelegd. Hierin staat dat de Werkplaatsen zich bezighouden met ‘inclusie en participatie van burgers in kwetsbare situaties’ en dat het ‘broedplaatsen’ zijn waar ze ‘met elkaar leren en samen oplossingen aandragen voor lokale uitdagingen’. Maar wat doen de Werkplaatsen nu concreet en waar maken ze het verschil? In 2019 maken de Werkplaatsen de plannen voor hun toekomst. Erna gaat op zoek naar het ‘kloppende hart’ van de Werkplaatsen.

Samen met Kees Breed, kenniscoördinator van de VNG, die ik als gast heb meegenomen, word ik op een zachte dag in februari hartelijk ontvangen met koffie en een stroopwafel. Rond ‘de grootste tafel’ van het gebouw (die nog stamt uit een ver verleden van InHolland) aan de Maas zitten vertegenwoordigers van twee hogescholen. Hogeschool InHolland en Rotterdam werken samen in de Werkplaats. Dat is bijzonder: het zijn de stad en de gemeenten eromheen die hen binden en ervoor zorgen dat er geen concurrentie is. Aan deze Werkplaats hebben zich zeven gemeenten en tal van maatschappelijke organisaties aangesloten. Dat is al een hele opgave, maar deze Werkplaats wil nog meer. De aanwezigen benadrukken hoeveel belang ze hechten aan directe en actieve betrokkenheid van burgers en cliënten. Op allerlei manieren, met vallen en opstaan, zijn ze daarin geslaagd. Ontmoet de kracht van Coolhaven.

De Werkplaats als katalysator

Al vroeg in het gesprek vallen de twee woorden ‘samen’ en ‘leren’. En ze komen telkens weer terug. Deze Werkplaats organiseert bijeenkomsten met alle betrokkenen om het eens te worden over vraagstukken die hen allen aangaan. Ze delen de overtuiging dat ze dat dus samen moeten oplossen. Maar ze weten heel goed dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan. Het gaat niet vanzelf. En dat, zeggen de aanwezigen later, is de belangrijkste functie: de Werkplaats als katalysator/tussenschakel in het leren.

Tijd nemen om elkaar te begrijpen

Het klinkt als een mooie ambitie, maar blijft nog tamelijk abstract. De vraagstukken waar de partners van de Werkplaats zich in de achterliggende periode (sinds 2017) samen voor in wilden zetten waren: ‘doorontwikkeling van de wijkteams’ en ‘de verbinding tussen formele en informele ondersteuning’. Typerend voor deze Werkplaats is dat zij geen genoegen namen met zulke grote termen. Daar komt een beleids- of praktijkprofessional in zijn of haar dagelijkse praktijk niet verder mee. Om een spade dieper te komen, bij de dilemma’s waar je echt tegen aan loopt, is een ander gesprek nodig. De ervaring in deze Werkplaats leert dat de terminologie van beleid, praktijk en burgers verschilt. Het kost tijd om elkaar te begrijpen. Deze werkplaats heeft geleerd dat je die tijd moet nemen.

En dat verraadt meteen een cruciale waarde van de manier waarop de Werkplaats werkt: de Werkplaats bestaat uit verschillende partners, die zich aan elkaar committeren om een tijdlang met elkaar op pad te gaan om meer te bereiken dan ze alleen kunnen. Hoe dat pad eruit ziet, weten ze niet van tevoren. Het loont, zo hebben ze gemerkt, om tijd te steken in de eerste fase. En dit passen ze daarom toe in de vervolgtrajecten.

Concrete vraagstukken

Met welke concretere vraagstukken heeft de Werkplaats zich dan beziggehouden? De partners werden na enkele gespreksronden enthousiast over activiteiten gericht op ‘ont-moeten’ en de zogenaamde ‘intergenerationele problematiek’.  Ofwel het doorbreken van de cirkel van overdracht van problemen van generatie op generatie. De Werkplaats organiseert tal van ‘kenniscafé’s waar hele concrete zaken aan de orde komen. Het leidt tot korte en krachtige actiegerichte onderzoeken. Een mooi voorbeeld is ‘uithuiszettingen’. Voor dit project hebben studenten mensen bevraagd die ooit uit huis zijn gezet, wat hen nu het meest heeft geholpen destijds. Deze persoonlijke verhalen laten zien waar de aandacht naar toe zou moeten gaan.

Voedingsbodem voor verandering

In de Werkplaats heerst een grote bereidheid om samen te denken, leren en doen. Het mag mislukken, als je maar leert. En dat alles samen met het onderwijs. Dit blijkt een uitstekende voedingsbodem voor daadwerkelijke verandering in de praktijk. Aan enthousiasme bij de direct betrokkenen (en dat zijn velen) geen gebrek. Een uitdrukkelijke ambitie voor de toekomst is om de doorwerking van al die lessen naar de aangesloten organisaties en nog verder naar andere regio’s te verbeteren.

Het volgende bezoek van Erna Hooghiemstra is aan de Werkplaats Sociaal Domein Groningen.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief