10 oktober 2019

Het ‘gewone leven’ krijgt een prominente plaats in het denken over beleid en uitvoering na de transitie. Daar in de praktijk ook naar handelen, blijkt echter niet gemakkelijk. Binnen de Werkplaatsen Sociaal Domein wordt de complexiteit van het gewone leven als uitgangspunt genomen. Dat lijkt een recept dat past bij de getransformeerde werkelijkheid. Voorzitter Erna Hooghiemstra schetst hoe dit in de praktijk werkt.

‘Terug naar het gewone leven’ zou de informele kring rond mensen meer aanspreken en dus minder inzet van professionals vergen. Het tegendeel is vooralsnog waar: de kosten in het sociale domein lopen op veel plekken op, omdat meer kwetsbaren in beeld komen. Ook cliënten voelen zich niet beter geholpen na de decentralisaties (SCP, 2019). Dat geldt zeker ook voor de meest kwetsbaren. Zij worden vaak te lang in het voorveld behandeld, in het kader van ‘dichtbij het gewone leven’, terwijl ze vooral specialistische hulp nodig hebben, waar steeds minder budget voor is. Dit heeft niet alleen ernstige gevolgen voor cliënten, maar vaak ook voor de omgeving waarin zij wonen. Bewoners in kwetsbare wijken krijgen steeds vaker de rekening gepresenteerd van de nadruk die is komen te liggen op de wijk als vangnet en zijn daar steeds minder blij mee.

Omarm de complexiteit met lerende onderzoekspraktijken

Binnen de Werkplaatsen Sociaal Domein hebben de samenwerkende partners ervaren dat het niet altijd makkelijk is om uit te gaan van de leefwereld van de cliënt. Dat is geen reden om van het principe af te stappen, maar juist een motivatie om het als gezamenlijk leerproces op de agenda te zetten. Onderstaand voorbeeld laat zien hoe dat kan:

Een gemeente bereikt met hun projecten gericht op eenzame ouderen, slechts een deel van de groep. Ze hadden geen idee hoe ze verder moesten. Ze gingen in zee met de regionale Werkplaats Sociaal Domein, die een groepje enthousiaste studenten een open verkenningsopdracht gaf. In overleg met de gemeente en een aantal instellingen ontwikkelden zij een plan, dat vooral uitblonk in eenvoud. ‘We gaan gewoon in het dorp rondlopen en praten met mensen die alleen zitten’. Dit leverde verrassend mooie aanknopingspunten op, juist omdat de gesprekken zo gewoon en open waren. De studenten kregen ruimte om met elk ideetje dat eruit voortkwam te experimenteren, daarbij ondersteund met kennis vanuit het lectoraat. Altijd gebaseerd op de wensen van de ouderen zelf. Ondertussen faciliteerde de opleiding, de instelling en de gemeente de succesvolle activiteiten en de borging ervan. Stap voor stap zijn nieuwe praktijken ontstaan, die voor het eerst wel succes hadden. De sleutel was samen op zoektocht gaan, telkens terug naar de beleving van de ouderen, vertrouwen in elkaar kweken, durven experimenteren, onderzoeken en willen leren.

Samenwerken staat prominent op de agenda

Bij veel werkplaatsen staat interprofessioneel werken, samenwerken tussen beleid en praktijk en samenwerken tussen professionals en informele netwerken (de sociale basis) prominent op de agenda voor de komende drie jaar. Dat is niet voor niks en laat vooral zien dat het op deze punten nog schuurt in de praktijk, en dat er noodzaak wordt gevoeld om hieraan te werken. Deze samenwerking is dan ook het thema van het jaarlijkse symposium van de Werkplaatsen Sociaal Domein op 25 november 2019: De waarde van werken in het sociaal domein. Onverminderd is er aandacht voor het daadwerkelijk centraal stellen van ‘de leefwereld’ van mensen in kwetsbare posities of perioden in hun leven. Niet alleen op papier en op afstand, maar door burgers en cliënten een rol te geven in de projecten en activiteiten naast professionals, beleidsmedewerkers, onderzoekers, studenten en docenten.

Leren-door-doen en doen-door-leren

De leerprocessen in de WSD kenmerken zich door leren-door-doen en doen-door-leren, dat wil zeggen: methoden van actieonderzoek leveren nieuwe inzichten en nieuwe kennis op die leiden tot transformatie van denken, doen en voelen in de lokale en regionale praktijk. Vanuit de lokale lessen kunnen overstijgende inzichten worden geformuleerd, die zich lenen voor generalisatie naar andere contexten; het gaat daarbij niet om het instrumenteel toepassen van zogeheten werkzame factoren of mechanismen, maar om inzicht in principes en strategieën die in gegeven omstandigheden tot gewenste resultaten leiden, in lijn met de zogeheten context-based practice benadering (RVS, 2017). Het succes schuilt ook in de serieuze rol die burgers en cliënten innemen in de trajecten. Alleen zij kunnen immers aangeven hoe oplossingen in hun leven passen.

Bovenstaande tekst is een fragment uit een paper dat Erna Hooghiemstra, voorzitter van de Werkplaatsen Sociaal Domein, schreef voor het Journal of social intervention: Theory and Practice. Lees het volledige paper.

 

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Dossier op Sociale Vraagstukken

Wat te doen tegen eenzaamheid? Hoe kan de zelfredzaamheid van jongeren met een beperking worden verbeterd? Wat spelen sociaal werkers nu eigenlijk klaar? De Werkplaatsen Sociaal Domein doen onderzoek naar zulke vragen, midden in de praktijk, met vaak onorthodoxe methoden, en waar beleidsmakers en uitvoerders wat aan hebben. In een dossier over de Werkplaatsen publiceert Sociale Vraagstukken met regelmaat artikelen over opvallende en kenmerkende voorbeelden uit recent onderzoek. 

Nieuwsbrief