27 november 2018

Jubileumdebat De sociale idealen van gemeenten

‘Waar blijft de stem van de sociaal professional als het gaat om het gemeentelijk sociaal beleid? Is die stem er eigenlijk wel of wordt deze niet gehoord door wethouders en beleidsmakers?’ Op 22 november vond het jubileumdebat De sociale idealen van gemeenten van de Werkplaatsen Sociaal Domein plaats. Anders dan andere jaren ging de jaarlijkse bijeenkomst niet over wat de Werkplaatsen allemaal doen, maar over wat ze eigenlijk vinden van wat er in de praktijk van het sociaal domein gebeurt.

Gemeenten zijn belangrijke partners van de Werkplaatsen Sociaal Domein. Binnen deze samenwerkingsverbanden werken zij samen met hogescholen, lectoraten en zorg- en welzijnsorganisaties aan onder andere de ‘inclusieve samenleving’, ‘het centraal zetten van de burger’ en ‘preventief werken’. Brede termen die soms weinig concreet worden. Hoe worden deze idealen van gemeenten in de praktijk gebracht en wie heeft hierin welke rol? Wethouders, onderzoekers, sociaal werkers en anderen gingen hierover in de Geertekerk in Utrecht met elkaar in debat. Frénk van der Linden leidde het gesprek als dagvoorzitter.

Burgerinitiatieven versus logica van beleid

Het eerste debat van de dag is een publieksdebat over het organiseren van burgerparticipatie en de ruimte die burgers hier zelf in krijgen. ‘Niet over iemand, zonder iemand praten’, is het credo van Marja Jager-Vreugdenhil, lector Samenlevensvraagstukken aan Hogeschool VIAA en Programmaleider Werkplaats Sociaal Domein Zwolle. Naast haar staat dan ook Karin ter Horst, ervaringsdeskundige en ‘bruggenbouwer’. In haar inleidende column vertelt Marja dat initiatieven van actieve burgers vaak door gemeenten worden toegejuicht, maar dat het moeilijk is om daarbij echt de ruimte te geven aan de dromen en idealen van de bewoners zelf. Initiatieven van bewoners moeten toch ergens passen in de logica van beleid en politiek.

 

Vertrouwen in plaats van wet- en regelgeving

Het verhaal van Marja is voor Karin ter Horst één en al herkenning. Met haar workshop ‘Life-Caroussel’ bouwt ze bruggen tussen burgers, bijvoorbeeld mensen in eenzaamheid en armoede. Karin doet dit omdat ze zelf een ‘armoedeval’ meemaakte. ‘Ik mocht mijn workshops bij een welzijnsorganisatie geven, maar deze organisatie had hier een andere bedoeling bij dan ik’, vertelt Karin. ‘Alles begint met erkenning en acceptatie. Geef de burger de ruimte voor zijn of haar ontwikkeling en de tijd om het leven weer op te pakken. Iedereen wil tenslotte van betekenis zijn. Dat begint met vertrouwen, niet met wet- en regelgeving.’

Sluit aan bij de initiatieven die er al zijn

Zijn initiatieven vanuit burgers altijd beter dan initiatieven vanuit gemeenten? De vraag is of burgerinitiatieven altijd duurzaam genoeg zijn, zo klinkt het in de zaal. Dezelfde vraag zou je kunnen stellen over initiatieven vanuit een gemeente, is een ander geluid. Iemand signaleert dat gemeenten de neiging hebben om initiatieven te kapen om er hun eigen invulling aan te geven. Sluit aan bij de initiatieven die er al zijn, is zijn advies. Er volgt een voorbeeld van een gemeente die een budget vrijmaakte dat burgers zelf aan initiatieven mochten besteden. Dit bleek een succes, er ontstonden initiatieven met veel impact die niet zo snel door gemeenten zouden zijn bedacht.

Ons-kent-ons

Zijn burgerinitiatieven alleen van waarde voor een kleine groep burgers? Soms geldt het ons-kent-ons-principe, waarbij bepaalde groepen een buurthuis niet binnenkomen. Burgerinitiatieven kunnen ook een uitsluitingsmechanisme creëren. Maar goed, gebeurt uitsluiting niet eenmaal overal? Professionals zouden hier het verschil in kunnen maken. Eén van de deelnemers uit het publiek vindt de tegenstelling tussen professionals en vrijwilligers echter niet terecht. Ze verwijst naar een voorbeeld in Rotterdam, dat niet zo’n succes zou zijn als de vrijwilligers geen enorme professionele kennis zouden hebben.

De ambtenaar als sociaal professional?

Bert Wienen, lid VNG bestuurscommissie Zorg, Jeugd en Onderwijs, raadslid in de gemeente Assen en onderzoeker bij hogeschool Windesheim, zorgt na het eerste debat voor een intermezzo. Wienen doet een oproep aan onderzoekers om betrokken te blijven bij gemeenten en steeds van perspectief te wisselen. 'Ook als onderzoeker neem je stelling in en ben je niet altijd neutraal. Wees hier transparant in, dan wordt onderzoek meer democratisch.' Tijd voor debat twee. ‘Er is sprake van een ongekende bemoeienis van de lokale overheid met sociaal werk. Niet alleen door bezuinigingen en aanbestedingen maar ook door taken en verantwoordelijkheden van het sociaal werk letterlijk over te nemen. De ambtenaar als sociaal professional! Daar moeten we onze vraagtekens bij plaatsen…’ Toby Witte roept in zijn inleidende column sociaal werkers op zich op te profileren als critical friends richting beleid en politiek. ‘Waar blijft onze strijdbare vuist?!’ In het panel zitten Wouter Struijk, wethouder in de gemeente Nissewaard, Renate Richters, wethouder in de gemeente Eindhoven, Lineke Verkooijen, lector bij hogeschool Windesheim en Sjef van der Klein, Sociaal Werker van het Jaar 2018.

 

De activistische sociaal werker

Moeten sociaal werkers activistisch zijn? Daar zijn de meningen over verdeeld. Renate Richters: ‘Ik heb de input van partijen die met de voeten in de klei staan heel erg nodig. Wat is nu het effect van de genomen besluiten?’ Er wordt geconstateerd dat er vooroordelen bestaan over de term activistisch. Alsof activisme alleen zendend kan zijn. Door activistisch te zijn zorg je voor verbinding en laat je het beleid zien hoe het in de praktijk werkt. Wouter Struijk vertelt dat hij wil voorkomen dat hij alleen met de bestuurders aan tafel zit. ‘Ik ben altijd op zoek naar de verhalen van de activistische sociaal werkers.’ Sjef van der Klein worstelt regelmatig met de opdrachten vanuit de gemeenten. ‘Soms worden vraagstukken door bepaalde maatregelen alleen maar groter. Waarom geven we elkaar niet de ruimte om het helemaal anders te gaan doen?’ Sjef is dan ook duidelijk voor activistische sociaal werkers. Lineke Verkooijen ziet het van een andere kant en raadt aan om te experimenteren met het ophalen van de ervaringen uit de praktijk, bijvoorbeeld volgens door verhalen op te schrijven.

 

Tot slot geeft dagvoorzitter Frénk van der Linden het laatste woord aan de deelnemers in de zaal. Eén van hen is Henk Reinen, MT-lid Directie Maatschappelijke Ondersteuning van het ministerie van VWS. Reinen ziet een belangrijke uitdaging voor landelijke kennisinstituten en de Werkplaatsen Sociaal Domein om ervoor te zorgen dat professionals en gemeenten elkaars taal begrijpen. Hij geeft aan dat een debat als dit hierbij helpt en dat de Werkplaatsen Sociaal Domein hier in de praktijk een belangrijke rol in vervullen. Een deelnemer die werkzaam is in het onderwijs geeft aan weer competenties voor studenten te hebben opgehaald. Het allerlaatste woord komt van een actieve debater die de kritische houding van de sociaal werkers toejuicht: laat sociaal werkers constructieve ontruststokers worden!

Download de powerpointpresentatie.

Vorm, inhoud en relaties

De Werkplaatsen hebben drie kenmerkende krachtlijnen: vorm, inhoud, en relaties. Het samenspel tussen deze drie is cruciaal.

Meedoen

Houdt uw hogeschool of lectoraat zich ook actief bezig met innovatie en evaluatie van werkvormen voor de sector zorg en welzijn? Lees dan snel hoe u bij de Werkplaatsen Sociaal Domein kunt aansluiten.  

Nieuwsbrief